Ecomoe

Dit artikel, een gepimpte versie van een oudere blog entry, verscheen in Wonder en is gheen Wonder, het blad van Skepp (zomernummer van 2016).

* * *

EcomamaboekWat doet een mens wanneer-ie het afgedankte Ecomamaboek. Groen en bewust leven met kids (2009) terugvindt in de uitverkoopbakken van de Gentse bibliotheek? Kopen voor een habbekrats of laten recycleren? Het was de achterflap van het “zapboek voor de ecolicious mama van nu” die me deed beslissen om dit pareltje van alternaïef denken te redden van de papiermachéfabriek: “Ze schrijven met kennis van zaken en humor over onderwerpen die hen na aan het hart liggen”, verzekerde de flap.

Dat treft, ik ook.

De eco lifestylegids beslaat de ganse activiteitenwaaier van de moderne en dus drukbezette ecomama (m/v) waaronder shoppen, beleggen, reizen, managen en relaxen in wellnesscentra. Elk van die onderwerpen wordt rijkelijk voorzien van bakstenen en elektronische adressen. Beide auteurs raden winkels aan die hun hoge normen beantwoorden, ze verwijzen door naar grote en kleine handelszaken die ze ethisch even hoogstaand achten en geven lovende besprekingen van boetiekjes voor duurzame parafernalia allerhande.

Mij doet het een beetje denken aan Elsschots Lijmen, waarin het hoofdpersonage op zoek gaat naar adverteerders om de publicatie te financieren. Het verschil hier is dat niet de goedgelovige adverteerders met volledige oplagen aan bedrukt papier blijven zitten, wel de openbare bibliotheken.

Onderwerpen te over dus en van sommige heb ik echt geen kaas gegeten, Elsschotiaanse pun not intended. Geldzaken zijn niet mijn sterkste kant en daarom zal de skepticus in mij het vertikken om commentaar te geven op de voorgestelde geldmeditatie: “gewoon op je stoel blijven zitten en mediteren dat het geld naar je toestroomt”. De germanist in mij wil er wel op te wijzen dat “mediteren” hier niet de klassieke betekenis heeft van “in zichzelf keren om de diepste werkelijkheid te ervaren”.

Hoe dan ook, ik ga me in dit stuk concentreren op twee onderwerpen die míj “na aan het hart liggen”, namelijk voeding en gezondheid.

Voeding

“Bio staat voor biologisch”, lees ik in het eerste hoofdstuk. “Simpelweg betekent het dat als je een biologisch product koopt, je zeker weet dat het geteeld is zonder kunstmest en giftige bestrijdingsmiddelen.” Het eerste deel van het citaat klopt, bio staat inderdaad voor biologisch, dat van die kunstmest is ook waar. Vanaf dan lijkt het mij inderdaad nogal simpel én misleidend.

Biolandbouw is een vlag die een wel zeer diverse lading dekt. Men heeft de zogenaamde biodynamische landbouw, gebaseerd op de ideeën van Rudolf Steiner, waarbij een met mest gevulde koeienhoorn die een dertigtal centimeters onder de grond moet begraven worden, de hoofdrol speelt. En waarbij ik moet vermelden dat Herr Steiner een even groot pedagoog was als landbouwkundige.

Ook de zogenaamde Anastasia-landbouw wordt gerekend tot de biologische landbouw. “Zaad kan naast interne informatie ook informatie uit de omgeving, bijvoorbeeld van de mens, opnemen. Dit weerspiegelt zich in de vruchten van de uit het zaad groeiende plant, die kunnen dan als heelmaker dienen,” aldus een enthousiaste Anastasia-boer in de vakliteratuur [1].

Bent u er nog?

Hoe dan ook, om discussie over de Ware Bio-Schot te vermijden, houd ik het bij de versie die de Europese Unie in gedachten, en Delhaize en Carrefour in de rekken hebben.

Is een bioproduct echt wel geteeld “zonder […] giftige bestrijdingsmiddelen”? Dat lijkt mij een kwestie van semantiek en dosis. De bacterie Bacillus thuringiensis (Bt) mag in de biolandbouw gebruikt worden omdat het een zogenaamd natuurlijk bestrijdingsmiddel is. Het wordt dan ook algemeen beschouwd als een zeer veilig pesticide. Voor mensen althans. Voor insecten is het schadelijk, anders was het geen bestrijdingsmiddel. Diezelfde bacterie Bacillus thuringiensis wordt ook gebruikt in de gg-maïsteelt, maar dan is het volgens tal van bio-adepten plots wél een vergif.

Anderzijds is Bordeauxse pap, een mengeling van kopersulfaat en gebluste kalk, toegestaan in de biolandbouw als preventief, schimmelwerend middel. Franse biowijnboeren gebruiken het nog steeds. Nochtans vindt Europa dat koperverbindingen “voldoen aan de criteria om als persistente en toxische stoffen te worden beschouwd.”[2] David Zaruks lijstje, “Dirty Dozen – 12 highly toxic pesticides approved for use in organic farming”[3] doet nog meer afbreuk aan de stelling dat de biologische landbouw vrij van gevaarlijke bestrijdingsmiddelen is.

Een niemendalletje in groene drukinkt voor hippe ecomama’s waarin producten én winkels aangeraden en gepromoot worden, mogen we natuurlijk niet verdenken van al te veel inzicht en nuance. Anderzijds is het tergend en weinig ethisch dat de twee auteurs hun geliefkoosde producten menen te moeten slijten met behulp van onduidelijke en zelfs ongefundeerde claims.

Vergelijken we de uitspraak dat bioproducten gezonder zijn, met enkele regels uit het rapport Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten, uit 2009[4]:

Mogelijke gezondheidseffecten die in verband worden gebracht met biologische voeding zijn: effect op het immuunsysteem, waaronder allergische klachten, vruchtbaarheid, overgewicht, en als afgeleide hiervan een lager risico op hart- en vaatziekten en kanker. Echter, het aantal studies dat gezondheidseffecten heeft onderzocht is gering. Er zijn enkele studies bij mensen uitgevoerd en daarnaast bestaan er een aantal studies met dieren of in vitro modellen. Het is daarom voorbarig om nu conclusies te trekken op het gebied van gezondheid.

Of bio groen en duurzaam is, zelfs daarover zijn de meningen verdeeld. Het rapport hierboven is een van de vele dat lovend is voor biolandbouw. Iemand als Louise Fresco, hoogleraar aan een rits universiteiten en gespecialiseerd in duurzame ontwikkeling in een internationale context, staat er dan weer iets kritischer tegenover. Zij reduceert ‘biologische’ landbouw tot een kwestie van louter juridische kaders en certificatenmolens waarbij elk voordeel (bijvoorbeeld geen kunstmest) zijn nadeel heeft (groter ruimtebeslag).

Mij lijkt het hierboven geciteerde rapport vrij evenwichtig: het staat enerzijds zeker positief ten opzichte van de biolandbouw, maar het gaat de caveats en eventuele problemen niet uit de weg. Ook Fresco is zeer genuanceerd in haar uitleg: puur praktisch is het onderscheid biologische versus niet-biologische volgens haar volstrekt overbodig. Zij pleit voor de best mogelijke landbouw, met de best mogelijke praktijken, waar die ook ontstaan zijn. U kan het rustig nalezen in de klepper Hamburgers in het Paradijs. Voedsel in tijden van schaarste en overvloed (2012).

Het is nu net dit gebrek aan nuance en kritische reflectie dat me mateloos ergert bij het lezen van eco lifestyle boekjes, dito websites, schotschriftjes van veldvertrappelende eco warriors en verklaringen van groene politieke partijen.

Gezondheid

In het deeltje ‘Schone handen en gezondheid’ loopt het pas echt goed mis; het leest als een hoofdstukje ‘Hoe blind slikgedrag aanmoedigen’. ”Veel homeopathische middelen worden biologisch verbouwd”, weten de ecomama’s. Deze zin doet mij vermoeden dat de auteurs evenwel niet weten wat homeopathie is, en dat ze alle kruidengeneeskunde en andere ‘alternatieve’ geneeswijzen op een hoopje smijten. Verder vinden zij biologische slash homeopathische middeltjes die de “weerstand opvijzelen” toppie. Nog groener natuurlijk is het om die homeopathische rommel niet te kopen: de milieukosten voor het produceren, verpakken, transporteren van fake geneesmiddelen, zijn gewoonweg veel te hoog.

Ze raden bijvoorbeeld ook salie(thee) aan tegen een verkoudheid als “natuurlijk antibioticum” (en we gaan hier zelfs niet moeilijk doen over antibioticum v.a.v. virale infecties). Ja, zowat elke warme, niet-alcoholische drank doet deugd bij een lastige verkoudheid, en nee, saliethee steekt er nu niet bepaald bovenuit. Het valt me trouwens op dat de meest groene remedie tegen de gewone verkoudheid niet vermeld wordt, namelijk rusten. Misschien denk ik nu te veel vanuit een traditioneel Westers medisch kader. Anderzijds, de eerlijkheid gebiedt me te vermelden dat de auteurs aanraden om een dokter te raadplegen wanneer het ernstig wordt.

Wat het geteem over yin en yang komt doen in een boekje over groen leven is me eveneens een raadsel. Ik bespaar u het gebruikelijke pseudo-oosters gejengel. Evenals het gehannes over ayurveda, waarmee we trouwens terug in de buurt komen van de zware metalen. Loodvergiftiging door ayurvedische middelen, hoe natuurlijk Pb ook is, is niet echt een aanrader. En een massage, dat is zelfs niet groen of alt-med. Zelf zou ik behoorlijk gespannen geraken van de spirituele, esoterische uitleg over Thaise sea holistic stempelmassages, maar dat geheel terzijde.

Terwijl u zich afvraagt wat dit alles nu te maken heeft met groen en bewust leven, zwatelen de dames verder over de geestelijke gezondheid. Een van hun suggesties is floaten, drijven in een “spaceachtige, eivormige cabine… op zeer zout water”. En dat werkt ontspannend, aldus de auteurs, waarbij ze zich niet kunnen onthouden van de freudiaans geïnspireerde gedachte dat het ook een terugkeer is naar het baarmoedergevoel. Wat hébben pseudopsycholo’s toch verloren, daar in die baarmoeder?

 

Het hele boekje flirt met de gedachte dat trendy mama het beter weet, net en alleen omdat ze een moeder is. Het idee dat moeder het beter weet dan vader, daar kan ik inkomen. Dat ze beter op de hoogte is van epidemiologische, medische, agrarische, biotechnologische onderwerpen dan epidemiologische, medische, agrarische, biotechnologische specialisten, dat is mij een brug te ver.

De platitudes en halve waarheden die beide dames debiteren in een poging om “hip en verantwoord” te zijn, beginnen al snel tegen te steken. Ik vraag me af in welke mate er hier belangen vermengd worden. Groen leven, graag en snel een beetje, maar moet dat nu echt gepaard gaan met pseudospirituele, alternatief-medische en hard core esoterische nonsens? Alsof het allemaal niet zo serieus genomen moet worden en alsof groen een modieus detail is, een extra argumentje om de alternatieve kassa te laten rinkelen.

 

Besluit: het meest groene aan Het Ecomamaboekje is de groene inkt waarin het hele gedrocht gedrukt is.

 

Elma Sitzinger en Froukje Wattel, Het Ecomamaboek. Groen en bewust leven met kids, Truth&Dare, 2009

 

[1] Frens Schuring, “Anastasia en Vedische landbouw”, in: Dynamisch Perspectief, nr. 5, 2007, p.10-12, http://edepot.wur.nl/116167

[2] Uitvoeringsverordening (EU) 2015/408 van de Commissie van 11 maart 2015 inzake uitvoering van artikel 80, lid 7, van Verordening (EG) nr. 1107/2009 van het Europees Parlement en de Raad betreffende het op de markt brengen van gewasbeschermingsmiddelen en tot vaststelling van een lijst van stoffen die in aanmerking komen om te worden vervangen, http://eur-lex.europa.eu/legal-content/NL/TXT/?uri=uriserv%3AOJ.L_.2015.067.01.0018.01.NLD

[3] David Zaruk, “The Risk-Monger’s Dirty Dozen – 12 highly toxic pesticides approved for use in organic farming”, The Risk Monger, 2015, https://risk-monger.com/2016/04/13/the-risk-mongers-dirty-dozen-12-highly-toxic-pesticides-approved-for-use-in-organic-farming/

[4] Lucy van de Vijver, Ron Hoogenboom, Machteld Huber, Voedselkwaliteit, veiligheid en gezondheid van biologische producten Update van de literatuur, Wageningen, Institute of Food safety, 2009, http://www.louisbolk.org/downloads/2123.pdf

Brecht Decoene: Achterdocht. Tussen feit en fictie

COMPLOTTHEORIEEN_WEBSITEWe promoten hier zelden spiksplinternieuwe boeken, maar we hebben twee goede redenen om voor deze een uitzondering te maken: Achterdocht tussen feit en fictie. Kritisch omgaan met complottheorieën van Brecht Decoene. Het boek verschijnt vandaag, 20 juni 2016, bij uitgeverij ASP.

Het boek behandelt een uitgesproken skeptisch onderwerp: complottheorieën en samenzweringsdenken. En dat is de eerste goed reden.

Hoewel niet iedereen ze even serieus neemt, lijken complottheorieën toch meer op de voorgrond te treden. Blind voor complotten mogen we niet zijn, maar zoals alle theorieën moeten ook deze kritisch benaderd worden. Op een bevattelijke wijze geeft de auteur een inleiding tot de studie van complottheorieën. Decoene geeft ook enkele vuistregels mee om complotdenkers tegemoet te treden.

brecht decoeneBrecht Decoene (1980) is afkomstig van Roeselare, woont in Gent en studeerde daar Moraalwetenschappen. Hij is leraar Moraal, schrijft opiniestukken voor o.a. Knack.be en De Standaard, geeft geregeld lezingen over kritisch denken en is kernlid van Het Denkgelag.

De tweede goede reden is de reeks waarin het boek verschenen is: “De Skeptische Kijk”. Deze reeks komt tot stand in nauwe samenwerking met SKEPP. De hoofdredacteurs zijn Johan Braeckman en Tim Trachet.

Later dit jaar verschijnt nog een inleidend deel over creationisme wereldwijd door Stefaan Blancke (Ugent). Wij houden u uiteraard op de hoogte.

School of Life: Plato (1/25)

De School of Life is een Britse organisatie, met afdelingen in Antwerpen en Amsterdam, dat emotionele intelligentie wil bevorderen met behulp van cultuur. De organisatie lanceerde onder andere een 25-delige reeks over filosofie: korte, geanimeerde filmpjes waarin enkele grote namen en grootse ideeën uit de Westerse en Oosterse filosofie worden uitgelegd.

Ik wil de 25 filmpjes een voor een vertalen en posten op deze blog. De volledige transcriptie vindt u onderaan.

Het eerste filmpje gaat over ’s werelds eerste echte filosoof: Plato.

* * *

Transcriptie

Filosofie: Plato

Athene, 2400 jaar geleden. Het is een compacte stad: zo’n kwart miljoen mensen wonen hier. Er zijn aangename baden, theaters, tempels, winkelpleinen en sportgelegenheden. Het is er warm gedurende meer dan een half jaar. Het is ook de stek van ’s werelds eerste echte – en waarschijnlijk grootste – filosoof: Plato.

Hij was geboren in een vooraanstaande en rijke familie in de stad en wijdde zijn leven aan één doel: mensen helpen bij het bereiken van de toestand van wat hij noemde εὐδαιμονία (eudaimonia), geluk.

Plato wordt soms verward met Sokrates. Sokrates was een oudere vriend die hem veel leerde, maar hij schreef geen boeken. Plato schreef er vele: 36 en allemaal dialogen, mooi uitgedachte scripts voor imaginaire discussies waarin Sokrates altijd de hoofdrol krijgt toegespeeld. Onder andere Het Bestel, Het Symposium, De Wetten, Menon, Apologia.

Plato had vier grote ideeën om in het leven gelukkiger te maken.

Eerste grote idee: denk meer na.

We geven ons zelden tijd om zorgvuldig en logisch te denken over onze levens en over hoe ze te leiden. Soms volgens gewoon wat de Grieken ‘doxa’ noemden, ‘algemene, populaire opinies’. In de 36 boeken die hij schreef, toonde Plato aan dat dit ‘algemeen gedachtegoed’ vol vergissingen, vooroordelen en bijgeloof steekt: beroemdheid is fantastisch, volg je hart, geld is de voorwaarde voor het goede leven! Het probleem hier is dat populaire opinies ons voeren naar foute waarden, carrières en relaties.

Plato’s antwoord: “Ken jezelf”. En dat houdt een speciale soort therapie in: filosofie. Het onderwerpen je ideeën aan onderzoek eerder dan impulsief te handelen. Als je je zelfkennis versterkt, word je minder een speelbal van je gevoelens. Plato vergeleek de rol van gevoelens met vervaarlijk voortgesleurd worden door een horde wilde paarden.

Ter ere van zijn mentor en vriend Sokrates wordt dit soort onderzoek een Sokratisch gesprek genoemd. Je kan zo’n gesprek met jezelf houden of ideaal met iemand anders die er niet op gebrand is je klem te discussiëren maar die wil helpen bij het verhelderen van je eigen ideeën.

Tweede grote idee: laat je geliefde je veranderen.

Dat klinkt raar, als je denkt dat liefde eruit bestaat iemand te vinden die jou wil zoals je bent. In Het Symposium, Plato’s stuk over een etentje waarbij enkele vrienden te veel drinken en beginnen te praten over liefde, seks en relaties, zegt Plato: “Echte liefde is bewondering.” Met andere woorden: de persoon met wie je samen moet zijn, zou zeer goede eigenschappen moeten hebben die jijzelf niet hebt.

Bijvoorbeeld, ze zouden dapper moeten zijn, of goed georganiseerd, of warm en oprecht. Wanneer je die persoon benadert, dan word je een beetje zoals haar of hem. De goede partner helpt ons bij het ontwikkelen van al onze mogelijkheden. Volgens Plato zou een koppel in een goede relatie niet van elkaar moeten houden zoals nu nú zijn. Zij zouden zich moeten inzetten om aan elkaar te leren – ook tijdens stormachtige momenten die dit onvermijdelijk met zich meebrengt. Elke persoon zou de andere moeten verleiden om een betere versie van zichzelf te willen worden.

Drie: ontrafel de boodschap van schoonheid.

Iedereen – zo goed als iedereen – houdt van mooie dingen. Maar Plato was de eerste die zich afvroeg waarom we daarvan houden. Hij vond een fascinerende reden: mooie objecten fluisteren ons belangrijke waarheden toe over het goede leven. We vinden dingen mooi omdat we in hen onbewust de kwaliteiten aanvoelen die we zelf nodig hebben, maar die we missen in ons leven: mildheid, harmonie, evenwicht, vrede, kracht. Vandaar dat mooie objecten een zeer belangrijke functie vervullen. Ze helpen ons onze geest op te voeden.

Lelijkheid is ook een serieuze aangelegenheid. Het laat gevaarlijke en beschadigde eigenschappen voor ons paraderen. Lelijkheid maakt het moeilijker om wijs, aardig en rustig te zijn.

Plato ziet kunst als iets therapeutisch: het is de taak van dichters en schilders (en vandaag de dag romanschrijvers, filmproducers en ontwerpers) om ons te helpen bij het leiden van goede levens.

Vier: hervorm de samenleving.

Plato wijdde heel veel tijd en gedachten aan hoe de overheid en de samenleving er idealiter uit zouden moeten zien. Hij was ’s werelds eerste utopische denker. Hij werd hierbij geïnspireerd door de grootste rivaal van Athene: Sparta. Dat was een machine in het formaat van een stad die dappere krijgers produceerde. Alles wat de Spartanen deden – de opvoeding van hun kinderen, de organisatie van hun economie, wie ze bewonderden, hoe ze seks hadden, wat ze aten – was gericht op dat ene doel. En Sparta boekte enorme successen, militaire dan toch.

Maar dat was niet Plato’s bezorgdheid. Wat hij wilde weten: hoe zou een samenleving beter kunnen worden, niet zozeer in het voortbrengen van militaire slagkracht, maar van gelukkige mensen? In zijn boek, Het Bestel (De Staat), identificeerde Plato enkele veranderingen die gemaakt zouden moeten worden: de Atheense samenleving was heel erg gefocust op de rijken, zoals de louche aristocraat Alkibiades, en op sporthelden, zoals de bokser Milo van Kroton.

Plato was daarvan niet onder de indruk. Het is belangrijk wie we bewonderen omdat beroemdheden onze verwachtingen, ideeën en gedragingen beïnvloeden. En slechte helden geven een glans van glitter aan karakterfouten. Plato wilde daarom nieuwe beroemdheden schenken aan Athene, wilde de huidige bende vervangen door wijze en goede mensen, de Behoeders, modellen die goed zijn voor ieders ontwikkeling. Deze mensen zouden zich onderscheiden door hun goede reputatie  op het gebied van openbare dienstverlening, hun bescheidenheid en hun eenvoudige gewoontes, hun afkeer van het spotlicht en hun diepgaande ervaring. Ze zouden de meest vereerde en bewonderde mensen in de samenleving zijn.

Hij wilde ook een einde aan de democratie in Athene. Hij was echter niet gek. Hij zag hoe weinig mensen eerst voldoende nadenken vooraleer ze stemmen en daarom krijgen we zeer ondermaatse leiders. Hij wilde democratie niet vervangen door een verschrikkelijk dictatorschap. Hij wilde ervoor zorgen dat mensen slechts hun stem zouden uitbrengen nadat ze rationeel hadden nagedacht. Dus nadat ze filosofen waren geworden. Anders zou de overheid gewoon maar een regering van rifraf zijn.

Om dat proces te bevorderen richtte Plato een school op in Athene, de Academie, die goed 300 jaar meeging. De studenten leerden daar niet alleen wiskunde en spelling, maar ook hoe goed te zijn en aardig. Zijn ultieme doel was dat politici filosofen zouden worden: “De wereld zal nooit rechtvaardig zijn”, zei hij, “totdat koningen filosofen zijn en filosofen koningen.”

Een open geest

De video van QualiaSoup Open-mindedness is ondertussen een klassieker in zijn genre. De originele vindt u hier, wij hebben het vertaald.

Kopzorgen

kopzorgen“Twee dingen maken mij bang: de bijl boven mij en de beul in mij”. Met dit citaat van Stig Dagerman sloeg Piet Vroon, psycholoog, hoogleraar, auteur en dood, begin jaren 90 een paar nietjes door een pak columns. De bundel kreeg de titel Kopzorgen. En nee, een olijke jongen was Vroon niet.

“Tegendraads en bij het geniale af”, noemde de Volkskrant Neerlands beroemdste psycholoog in zijn necrologie van 15 april 1998. Niet alleen in zijn vakgebied stampte hij tegen de schenen, ook over alternatieve geneeswijzen en pseudowetenschappen liet hij zich kritisch uit. In de pocket staat dan ook heel wat skeptisch materiaal, onderwerpen die — helaas — nog steeds niet achterhaald zijn. Onwennigheid bij kansberekeningen (“Risico en preventie”), het onbetrouwbare van ooggetuigenissen (“Getuigenverklaringen”) en de magische kracht van bepaalde pillen (“Vitamines als leerpillen”).

Enkele citaten:

“Leve de kwakzalverij!” (20 jaar voor de tirade van Berezow en Campbell over feel-good fallacies in Science left behind):

Het geruzie over alternatieve geneeswijzen is een prachtig voorbeeld van de macht van irrationeel denken, alsmede van de invloed van die politiek en samenleving op de wetenschap hebben.

“Homeopathie en ijdelheid”:

Niemand vindt het leuk als een toevallig, oninteressant exemplaar van de soort beschouwd te worden. We vinden het prettig te horen dat we uniek zijn. Aan deze ijdelheid ontleent de homeopaat zijn bestaansrecht. Hij stelt vele tientallen vragen en verschaft een recept met de mededeling dat speciaal voor u iets héél bijzonders is bedacht.

“Een halve eeuw na Freud”:

Een psychoanalyse bij hooggeplaatste functionarissen kost in totaal algauw een half miljoen. Wat je daarvoor krijgt, is een effect dat volgens sommige onderzoekers ook bewerkstelligd wordt door een met enig misbaar aangereikt suikerklontje.

Piet Vroon, Kopzorgen, Amsterdam, Maarten Muntinga, 1993

Wetenschap, je weet wel …

Wat is wetenschap, hoe test je ideeën, wat met ethische problemen en zijn we nu allemaal als wetenschappers geboren, of dan toch als marktkramers?

Het YouTube-kanaal techNyouvids, de makers de leuke videoreeks over kritisch denken, heeft een nieuwe zesdelige reeks gemaakt over wetenschap: This Thing Called Science. Ook deze reeks hebben we vertaald.

De zes transcripties vindt u onder de zes filmpjes.

* * *

Deel 1: Ja, ik ben skeptisch

“Bewezen door de wetenschap!” Maar wat betekent dat nu? Het klinkt wel als het laatste oordeel over een bepaalde kwestie. We weten dat wetenschap geen enkele manier heeft om te bepalen of een idee 100% accuraat is. Het is een proces waarbij vertrouwen en duidelijkheid in een idee opgebouwd worden door het voorzichtig opbouwen en afwegen van bewijzen. Het gaat ‘em niet over een duidelijk, ultiem bewijs of absolute zekerheid. Maar laat ons eerlijk zijn: “Getest tot op het punt van redelijke zekerheid en nagenoeg algemeen aanvaard als feit”. Dat klinkt gewoon niet zo indrukwekkend.

Om een goede wetenschapper te zijn moet je skeptisch zijn en blijven en kritisch twijfelen aan wat gezegd wordt. Eén vorm van twijfel heeft impact op alle beslissingen die je maakt. Je twijfelt eraan of de nanodeeltjes in zonnecrème wel goed voor jou zijn en dus vermijd je die zonnecrème. Je twijfelt eraan of vaccinaties wel veilig zijn voor jou en dus wil je geen prik. Zeggen dat je op die manier skeptisch bent, is zeggen dat je dat je twijfels bepalen of je nieuwe ideeën accepteert en bepalen hoe je handelt.

Er is ook een andere vorm van skepticisme. Deze vorm van skepticisme laat ons toe om alle ideeën te beschouwen als mogelijk en veranderbaar terwijl we de geldigheid van de ideeën betwijfelen totdat we ze zorgvuldig en voldoende getest hebben. Het hele proces van het testen is natuurlijk heel belangrijk en je wil niet gefopt worden!

Het spreekt vanzelf dat het hele wetenschappelijke proces zeer degelijk moet zijn. Maar wetenschappelijk proces, wat is dat eigenlijk? Is men niet op de hoogte van de details, de beperkingen en de uitdagingen in het testproces dan kan men even goed zeggen “Bewezen door Larry (die ik gisteren in ’t café ben tegengekomen).

 

Deel 2: Test test 1 2 3 test

Je ziet hoe een kat een vaas van de tafel stoot en de vaas valt op de grond. Het is duidelijk dat de kat ervoor zorgde dat de vaas viel. Maar ben je wel zeker?

Oorzaken en gevolgen kunnen onderscheiden worden in tijd en ruimte. Verschillende oorzaken kunnen één gevolg hebben. Misschien was er wel een sterke wind, of een kleine aardschok, misschien was de tafel wat beschadigd, was er een rat of een projectiel Of alles te samen. Ik bedoel maar: zelfs gebeurtenissen die eenvoudig líjken, kunnen aardig ingewikkeld zijn.

Erger nog: de meeste activiteiten in het universum kunnen zelfs niet direct geobserveerd worden. Onze ogen kunnen geen atomen zien, of de kromming van de aarde, en de bewegingen die onze Melkweg maakt, voelen we niet. Iets weten omdat we het ervaren hebben, noemen we “empirisme” en het is een belangrijk onderdeel van de wetenschap om zekerheid te krijgen omtrent een idee.

Het opmeten van onze ervaringen met een gemeenschappelijke taal gereedschap laat ons toe om onze verzamelde observaties nauwkeuriger te vergelijken. (kwaak) In combinatie met logica en skepticisme is empirisme een belangrijk gereedschap in de uitleg hoe en waarom dingen waarschijnlijk werken. Eeuwenlang discussieerden filosofen aan de hand van deze drie begrippen.

Maar er was meer nodig. Eén ervaring die een uitleg bevestigt, is gewoonweg niet genoeg. Al bij al kunnen ervaringen bedrieglijk zijn. Je hebt iets nodig dat nauwkeuriger is. Je moet het kunnen testen. Uiteraard zijn er ook buiten de wetenschap experimenten mogelijk. Vanaf het moment dat we ons in de wereld bewegen, experimenteren we. Onze hersenen zijn experimenteer-machines: ze veranderen de wereld en kijken toe wat er dan gebeurt.

Door wetenschappelijke experimenten kunnen we de observaties testen die we in welbepaalde omgevingen ervaren hebben. Door één voorwaarde te veranderen en dan te meten wat er gebeurt, groeit onze zekerheid dat observatie X waarschijnlijk gelinkt is aan observatie Y. Maar zelfs dit is geen garantie voor nauwkeurigheid. En net daarom gaat goede wetenschap enkele stappen verder o.a. met behulp van heel wat methodes die helpen ons vertrouwen in de conclusies te vergroten.

 

Deel 3: Blind voor de wetenschap

Doorheen de geschiedenis hebben mensen verschillende manieren bedacht om experimenten uit te voeren. In de 17de eeuw kwam de Italiaan Francesco Redi met het idee dat vliegen de oorzaak waren van maden op rottend vlees en niet het rottende vlees zelf. Hij testte dit idee door stukken vlees in bokalen te leggen en hij controleerde het experiment op zo’n manier dat alle bokalen exact hetzelfde waren op één detail na: de ene helft werd afgedekt met een stuk doek om de vliegen tegen te houden, de andere helft niet. Toen de maden enkel verschenen in de bokalen die niet afgedekt waren, was hij vrij zeker dat het rottende vlees zelf de maden niet creëerden. Dat gaf hem ook een goede reden om te denken dat het leven zelf niet spontaan kon ontstaan. Dat was wat men in die periode geloofde.

Controles bij experimenten helpen ons die dingen te isoleren die we willen meten. Maar soms zijn zulke controles niet genoeg. In complexere situaties kunnen onze hersenen ons al te gemakkelijk dingen laten zien die we zelf heel graag wíllen zien. Als onderzoekers veel tijd en geld gespendeerd hebben in de voorbereidingen van een experiment, dan is het mogelijk dat ze hopen om een positief resultaat te vinden.

Maar hoe kunnen ze zeker zijn dat hun eigen verwachtingen de resultaten niet gaan beïnvloeden? En hier komt blinderen in het spel. Blinderen betekent dat de onderzoekers die de resultaten van het onderzoek bestuderen, niet alle informatie krijgen over het experiment. Zo zijn patronen die ze vinden minder waarschijnlijk het resultaat van persoonlijke vooringenomenheid. Bij bepaalde medische experimenten wordt zelfs het blinderen verward door het placebo-effect, waarbij het feit alleen al dat men behandeld wordt, mensen beter kan doen voelen. Dat maakt het moeilijk om te bepalen wat nu de veranderingen in de gezondheid van de patiënten veroorzaakt: het medicijn of gewoon het feit dat men een behandeling krijgt.

Dit effect wordt tegengegaan door het gebruik van placebo’s en echte medicijnen in het experiment, waarna men de resultaten vergelijkt. Dit vraagt dat niet alleen de onderzoekers “geblindeerd” worden, maar ook de mensen in het experiment. Dit wordt ‘dubbel blinderen’ genoemd.

Natuurlijk zijn sommige zaken zo complex of veraf zijn dat ze niet geïsoleerd of getest kunnen worden. Bijvoorbeeld ecosystemen, het klimaat of verre planeten. Maar indien mogelijk resulteren het blinderen en het controleren van variabelen in robuustere bewijzen die onze idee kunnen ondersteunen.

 

Deel 4: Zelfverzekerd onzeker

Soms begint een goed experiment bij een correcte verwoording van jouw idee. Een testbaar idee dat iets over het universum beschrijft, noemt men een hypothese.

Stel, je vindt een verse voetafdruk in een woud en je vermoedt dat het van een Tasmaanse tijger is. Eén detail men neemt algemeen aan dat Tasmaanse tijgers uitgestorven zijn. De laatste Tasmaanse tijger of Thylacine stierf in gevangenschap in 1936. Maar verschillende waarnemingen werden na 1936 genoteerd. Het is mogelijk, alleen maar mogelijk, dat ze bij nader inzien niet uitgestorven zijn.

Als we willen uitzoeken wat er aan de hand is, op een wetenschappelijke manier, dan moeten we eerst een uitleg voorstellen voor die afdruk. We hebben een hypothese nodig.

Een goede hypothese moet zo verwoord worden dat men het kan testen. Belangrijker is dat er een manier is om aan te dat de hypothese fout is, te falsifiëren dus. Eén manier om dit te doen is je hypothese achterste voren te formuleren. Dit noemen we de nulhypothese.

In dit geval zeg je: “De Tasmaanse tijger is uitgestorven”, terwijl je aanneemt dat dat niet het geval is. Met je onderzoek ga je dan die nulhypothese testen, met waarnemingen en metingen. De voetafdruk bestuderen is een start, maar aangezien dat zeer gemakkelijk te vervalsen is, kan het wel eens noodzakelijk zijn om een levend exemplaar te vangen om andere te overtuigen dat de hypothese fout is.

Deze ingewikkelde maar efficiënte manier van denken toont aan dat wetenschap vaak niet een kwestie is van iets te bewijzen, maar eerder gaat over het ontkrachten van een oude idee om vertrouwen in een nieuw idee op te bouwen.

In ons voorbeeld kunnen ook andere factoren dat vertrouwen verstevigen. De grootte van het gebied dat we onderzoeken zal het vertrouwen in de resultaten beïnvloeden. Een heel klein gebied, laat ons zeggen je achtertuin, gaat ons niet zo veel vertrouwen geven. Zeker wanneer je tuin niet in Tasmanië ligt. Een groter gebied, zoals een natuurreservaat, wel. Een ander aspect dat impact kan hebben op ons vertrouwen in de resultaten is variabiliteit. Als het grootste deel van Tasmanië eruit ziet als dat natuurpark, dan kunnen we meer vertrouwen hebben dat onze steekproef representatief is. Maar dat is niet het geval. De grootte van de steekproef – het gebied dat we onderzoeken – en de variëteit in de populatie – hoe verschillend het terrein is – beïnvloeden hoe zeker we zijn dat onze resultaten representatief zullen zijn voor het hele plaatje.

Genoeg gegevens verzamelen volstaat niet. Om een gevestigd idee te veranderen moet je ook de anderen ervan overtuigen dat die waarnemingen daadwerkelijk tellen als bewijs.

 

Deel 5: Doe het juist, doe het goed

Terwijl experimenteren een goede manier is om ideeën te testen, zijn er toch limieten aan wat en hoe we zouden moeten testen. Wetenschap vindt plaats in de samenleving en de samenleving steunt deels op het idee dat ons respect voor elkaars waarden, belangrijk is. Moderne wetenschappers krijgen vaak geen toelating om begraven menselijke resten die cultureel gevoelig zijn op te graven. Wetenschappers worden zeker niet aangemoedigd om mensen of dieren te pijn te doen.

Uitmaken wat juist of fout is, goed of slecht, is echter meer dan een wetenschappelijke vraag. Ethiek, daarentegen, is een overeenkomst omtrent wat jij en jouw samenleving als belangrijk beschouwen. In een cultureel diverse samenleving vol mensen die waarde hechten aan vele, verschillende zaken, kan dit een vrij complexe discussie worden.

Bijvoorbeeld, sommigen vinden het belangrijk dat toekomstige generaties toegang hebben tot dezelfde leefomgevingen en grondstoffen als wij vandaag. Ecologische duurzaamheid kan dus beschouwd worden als een ethisch gegeven. Slechts weinigen vinden dat toekomstige generaties over minder toegang tot grondstoffen zouden moeten kunnen beschikken. Dus maatregelen die het gebruik van pesticiden en synthetische meststoffen verlagen, zoals transgene gewassen, kunnen dan ook beschouwd worden als een ethisch gegeven. Maar dit kan een direct conflict veroorzaken met mensen die de bescherming van huidige, niet gemodificeerde planten- en dierlijke genen voorstaan. Et voilà, we hebben hier een ethisch conflict.

In de ideale wereld geeft de wetenschap ons nuttige bewijzen dat zulke ethische conflicten kan helpen oplossen. Door voorrang te bieden aan logica, objectiviteit en accurate gegevens kan een samenleving tot een gemeenschappelijk compromis, eerder dan toe te staan dat de overtuiging van één groep oplegt hoe de anderen zich zouden moeten gedragen. Jammer genoeg werkt het zo niet altijd.

Wat sociaal en ethisch aanvaardbaar is, verandert nogal eens door de jaren heen. In-vitro-bevruchting en orgaantransplantaties, bijvoorbeeld, waren vroeger ethisch verdacht, terwijl psychologische experimenten en dissecties op levende dieren veel normaler waren. De ethiek van samenlevingen verandert wanneer nieuwe kennis beschikbaar wordt. Terwijl wetenschap test hoe ideeën werken, moet wetenschap ook rekening houden met de gedeelde waarden en normen van de samenleving.

 

Deel 6: Burgerwetenschap

Niemand noemde Isaac Newton een wetenschapper, toch niet in zijn gezicht. Galilei heeft dat woord nooit gehoord. Pas in de vroege 18de eeuw werd het woord ‘wetenschap’ gebruikt in zijn moderne betekenis. Het woord ‘wetenschapper’ werd zelfs pas later, in de 19de eeuw, gemunt. Daarvoor noemden mens die de wereld probeerden te begrijpen zich filosofen. Net zoals kunstenaars werden filosofen ondersteund door rijke mecenassen, of ze kwamen zelf van rijke families.

Vandaag de dag is wetenschap een beroep geworden en wetenschappers kunnen zowat overal gevonden worden, zoals in universiteiten, onderzoeksinstituten of bedrijven, waar ze nieuwe technologieën, modellen of toepassingen ontwikkelen. Natuurlijk stopt de fascinatie voor het heelal niet bij de professionele wetenschappers. Enter de burgerwetenschap.

Het wordt gebruikt voor projecten die samenwerkingen nodig hebben met veel grotere groepen vrijwilligers, en het vormt eens steeds belangrijker wordend deel van het onderzoek. Toegang tot goedkopere technologie en dagelijkse onderdelen zoals sensoren en smart phones betekent dat we gegevens en foto’s kunnen verzamelen van veranderingen in onze lokale habitat om modellen in verband met de klimaatwijziging te voorzien van data.

Toegang tot betere manieren om informatie te verwerken en te delen bekent ook dat we het netwerk, het internet, om grote hoeveelheden informatie te analyseren. Bijvoorbeeld hoe proteïnen het best gevouwen kunnen worden voor behandelingen tegen ziektes zoals AIDS. Onze menselijke vermogens voor puzzel- en patroonherkenning zijn nog steeds straffer dan die van computers. En deze aangeboren skills worden gebruikt om enorme collecties van foto’s te ontdekken en te catalogeren om er zo patronen in terug te vinden.

Deze kunnen ons misschien helpen om de operavlakte van de maan beter te leren begrijpen, of zonne-uitbarstingen of de vorming van sterren en galaxies. Het gemakkelijk delen van kennis en data brengt gemeenschappen samen – soms héél gespecialiseerde – van over heel de wereld om samen aan wetenschap te doen.

Groepen kunnen zich ook vormen, niet zozeer rond het uitoefenen van wetenschap, maar rond het bepalen van hoe beslissingen omtrent wetenschap gemaakt moeten worden. Vooral bij meer controversiële zoals ggo’s, stamcelonderzoek en nanotechnologie. Dit allemaal leidde tot de wijdere aanvaarding van het idee dat burgers een deel moeten uitmaken van het gesprek over hoe wetenschap moet gedaan worden en hoe het toegepast moet worden.

Dit is geen burgerwetenschap meer, dit is civiele wetenschap: een steeds noodzakelijker wordende dialoog tussen niet-wetenschappers, onderzoekers, ambtenaren en politici om beslissingen te maken wat betreft de richting van het wetenschapsbeleid.

Al bij al, wetenschap en technologie geven op zeer verschillende manieren vorm aan de samenleving. Sommige van die manieren zijn onverwacht en soms niet welkom. En anderen bevoordelen sommige mensen meer dan anderen. Maar door betrokken te blijven kunnen we onze gezamenlijke toekomst vorm helpen geven.

Argumenteren, een handleiding

Wat is kritisch denken en hoe doe je het (niet)? In deze reeks krijg je een geanimeerde tekst en uitleg. Wat is een geldig argument en welke drogredenen moet je zien te vermijden?

Het YouTube-kanaal techNyouvids heeft een schitterende, zesdelige reeks gemaakt over kritisch denken: Argument. A Field Guide. Wij hebben ze vertaald.

De zes transcripties vindt u onder de zes filmpjes.

 

Deel 1: Een geldig argument

Het heelal is groot, enorm groot eigenlijk en nogal ingewikkeld. Helaas is het menselijke brein eerder aan de kleine kant en een beetje simpel Toch in vergelijking. Om je te helpen overleven moeten de hersenen hard werken om zin en betekenis aan de dingen te geven. Ze hebben een paar schrandere hulpmiddelen om dat te bereiken.

Onze hersenen kunnen ervaringen omzetten in symbolen, sensaties oproepen, en patronen ontwaren. Maar de meeste hersenactiviteiten vragen heel wat energie. En dus gebruiken je hersenen al wel eens een sluipweg. Zo zullen ze bijvoorbeeld ideeën selecteren die bevestigen wat je al vermoedt. Ze laten je ideeën van mensen die je vertrouwt aantrekkelijker klinken dan ideeën van mensen die je niet vertrouwt. Ze nemen je eigen ervaringen en behandelen hen als bewijs. Ze maken de scheiding tussen wat je aanvoelt en wat je weet. Zolang deze trucjes ons goed verder helpen, zijn we er ons amper van bewust. Maar soms misleiden ze ons.

De voorveronderstellingen die vaak zo nuttig zijn, kunnen ons ook verblinden. En in een complexe wereld vol met verschillende meningen is het moeilijk weten wanneer de shortcuts te gebruiken en wanneer wat meer inspanning te doen in ons hoofd. Denken moet echter niet altijd moeilijk zijn.

Logica is een nuttige manier om ideeën aan te wijzen die mogelijk nuttig zijn. Logica is een manier om ideeën te combineren om tot een conclusie te komen. Het is zoals wiskunde, maar het kan meer aan dan alleen cijfers. Je gebruikt het waarschijnlijk al. Denk aan de laatste discussie die je hebt gehad. Ging het een beetje zoals dit: “Maar iedereen mag gaan, waarom ik niet?”

Een logisch argument zou deze structuur hebben:

Alle mensen mogen gaan.
Ik ben een mens.
Dus: ik zou mogen gaan.

Via logica kan je gevestigde ideeën gebruiken om nieuwe ideeën ingang te laten vinden. Zoeken naar logica in een argument kan je helpen beslissen om met iemand akkoord te gaan of om te wachten op meer informatie.

 

Deel 2: Schijnlogica

Net zoals wiskundige vergelijkingen heeft logica een structuur. Het lijkt een beetje op 1 + 2 = 3. Aan de ene kant van de vergelijking hebben we dingen die we al weten of waarmee we akkoord gaan. Aan de andere kant hebben we dan een antwoord dat waar is zolang de waarden aan de ene kant niet veranderen. In de logica heet een idee een premisse.

Een premisse kan samengebracht worden met andere premissen op zo’n manier dat ze ons naar een conclusie leiden. Eén premisse kan zijn: “Magneten trekken ijzer aan.” Een andere premisse kan zijn: “Dit voorwerp is gemaakt van ijzer.” Zonder het te zien kan je logisch concluderen dat de magneet dat voorwerp zal aantrekken.

Maar wat als je de informatie verandert? Bijvoorbeeld: “Magneten trekken ijzer aan.” En “Dit voorwerp wordt aangetrokken door magneten.” Kan je dan zeggen dat dit voorwerp gemaakt is van ijzer? Helaas niet.

Het lijkt nog wel op logica, maar de conclusie is niet correct. Magneten trekken niet alleen ijzer aan, maar ook andere metalen zoals nikkel. Deze foute logica wordt een logische drogreden genoemd. En dit specifieke voorbeeld is een formele denkfout. De vorm lijkt wel op een logische redenering, maar het geheel is onwaar. In het Latijn en onder juristen is dit een non sequitur wat letterlijk betekent “het volgt er niet uit”.

Een schijnreden wordt makkelijk voor een logische redenering gehouden als je niet voorzichtig bent. Mensen doen het constant soms per vergissing, soms om je voor het lapje te nemen. De structuur kennen van een logisch argument is belangrijk. Je wil de vergissing 3+2=1 echt niet maken. Regels zijn tenslotte regels. Maar het breken van de logische regels kan een antwoord juist doen lijken, terwijl het dat niet is.

 

Deel 3: De man van stro

Logica wordt opgebouwd met ideeën, of beter premissen. Zelfs als ze logisch lijken, dan is het nog belangrijk om er voldoende aandacht aan te besteden om zeker te zijn dat ze niet uit stro gemaakt zijn. Stropopredenering zijn vaak naast de kwestie het zijn overgesimplifieerde, overdreven, of subtiel vervalste versies van je argument. Anderen kunnen ze makkelijk teniet doen, terwijl ze toch logisch lijken.

Een voorbeeld: misschien discussieer je hoe vaccins kunnen helpen om het aantal mensen die ziek worden door dit of dat virus, te reduceren. Als antwoord geeft iemand een tegenargument namelijk dat farmaceutische bedrijven héél veel geld verdienen aan vaccins. Het aandachtspunt van de discussie is verplaatst van de voordelen van vaccinatie naar profijt.

Het is ook al te gemakkelijk om te denken dat iedereen akkoord gaat met je uitgangspunt. Maar misverstanden of foute premissen kunnen de discussie binnensluipen.

Een voorbeeld: je kan zeggen dat mazelen je ziek kunnen maken en dat in een vaccin tegen mazelen het mazelenvirus zit en dat daarom het mazelenvaccin je ziek maakt. Met deze al te vereenvoudigde premissen is de conclusie logisch geldig. Maar de premissen zijn misschien niet helemaal waar. Je moet aantonen dat het mazelenvaccin, dat hetzelfde virus bevat, aanwezig is in de vorm die je effectief ziekt maakt. Het mazelenvaccin bevat evenwel een defecte vorm van het virus dat zich maar traag vermenigvuldigt en je niet ziek maakt. Een subtiel maar heel belangrijk verschil.

Zelfs een meningsverschil reduceren tot een eenvoudige voor of tegen, juist of fout, zwart of wit, . kan gebruikt worden om je te misleiden. Denk eraan: er kan meer dan één oplossing zijn.

 

Deel 4: De man spelen

Sommige argumenten spitsen zich toe op de persoon, en niet op wat-ie te zeggen heeft. Een manier om de focus op de discussie te houden is denken aan de uitdrukking gekend in de sport: speel de bal, niet de man.

Het is geen pretje om te luisteren naar mensen die we niet leuk vinden, en moeilijk om niet akkoord te gaan met mensen die we vertrouwen en bewonderen. Maar er is een verschil tussen wie een persoon is en wat-ie zegt.

Misschien hou je niet van een bepaald olie-, gas of steenkoolbedrijf, omwille van een illegaal of onethisch gedrag in vroeger tijden. En dan komt een lachende woordvoerder van zo’n bedrijf op tv en beweert dat hun chemische onderzoeksafdeling een nieuwe, milieuvriendelijke, propere vorm van petroleum heeft ontdekt. Het is al te gemakkelijk om hun acties verdacht te vinden, je hebt toch al een hekel aan dat bedrijf. Ze kunnen liegen om meer geld te verdienen.

De geschiedenis van het bedrijf kan inderdaad een aanleiding zijn om de huidige activiteiten nader te bekijken en te bediscussiëren. Maar je kan logisch gezien niet stellen dat ze fout zijn op basis van alleen maar dat historisch argument. Door je ongeloof koppelen aan je afkeer speel je de man, niet de bal.

Je kan niet op elk gebied een expert zijn en je gevoelens voor een bepaalde persoon kunnen een verleidelijke eerste stap zijn in de beslissing om hem of haar te vertrouwen. Maar argumenten op basis van wie je respecteert en wie je niet vertrouwt zijn gewoonweg niet geldig. Wij wenden ons naar experten op zoek naar goede raad en adviezen. Maar claimen dat een conclusie logisch gezien waar is louter omdat de expert het gezegd heeft, is een armtierig argument. Klimaatsverandering is geen probleem omdat experten dat beweren, het is een probleem omdat de feiten en de logica aangeven dat klimaatsverandering een degelijk onderbouwde conclusie is.

Dat wil niet zeggen dat we experten moeten negeren. In de plaats daarvan moeten we vragen stellen om de logica en de feiten die ze gebruiken, beter te begrijpen.

 

Deel 5: De misvatting van de gokker

Je hebt de munt 9 keer zien opgeworpen worden. Kruis, munt, opnieuw kruis, munt, munt, munt, munt, munt, munt en … Wat gaat het volgende zijn? Munt heeft een sterke reeks neergezet. Dus moet het wel munt zijn. Of zijn we toe aan een nieuw kruis?

Overal in het universum zijn er patronen en onze hersenen zijn heel goed in het herkennen van die patronen. Misschien wel te goed. We kunnen zelfs patronen zien die er eigenlijk gewoonweg niet zijn. Eigenlijk is er 50% kans op kruis en 50% kans op munt elke keer je een munt opwerpt. Het speelt geen rol wat er voor kwam en geluk heeft er niets mee te maken.

Echt niet.

Het is niet gemakkelijk om het gevoel dat er ergens een patroon in zit,  van je af te schudden als we maar hard genoeg zoeken. Dit noemen we de misvatting van de gokker. Namelijk onze aanname dat de waarschijnlijkheid verandert afhankelijk van vorige resultaten. En dit verklaart misschien waarom casino’s zoveel geld verdienen.

Het is allemaal een kwestie van waarschijnlijkheid één van de moeilijkere vormen van logica. Eigenlijk is het zo gecompliceerd dat  enkele eeuwen geleden pas twee Franse kerels, Pascal en de Fermat, de wiskunde die erachter zat, konden uitwerken. Onze hersenen maken het ons moeilijk om de logica in waarschijnlijkheid te zien en zetten ons dan ook op het verkeerde been.

Het zit ons ingebakken om van dingen die we zien te denken dat ze gerelateerd zijn. Een bliksemschicht zien, bijvoorbeeld, en dan een donderslag horen doen het uitschijnen dat de donder veroorzaakt werd door de bliksemschicht. En er zijn vele redenen om aan te nemen dat dat waar is.

Wat als je een hotdog zou eten en daarna ziek zou worden? Was het de hotdog, of was het iets helemaal anders? Medische wetenschappen lopen over van zulke moeilijke vragen. Mensen slikken pillen en voelen zich beter.

Maar er is heel wat logica en waarschijnlijkheid voor nodig om uit te maken of de pillen daarvoor verantwoordelijk waren. Omdat één ding een ander volgt zelfs een paar keer na elkaar wil het niet noodzakelijk zeggen dat ze aan elkaar gelinkt zijn. Er kunnen andere factoren meespelen. Of het kan gewoonweg toeval zijn.

Om zeker te zijn, moet je de omstandigheden testen en opnieuw testen en op zoek gaan naar factoren die de link misschien kunnen ontkrachten. Dat versterkt het vertrouwen dat het patroon geldig is. En dit is wat wetenschap doet. Terwijl onze hersenen patronen zien, en vaak is dat nuttig, hebben we wetenschap nodig om te bepalen of die patronen echt zijn.

 

Deel 6: Het voorzorgsbeginsel

Niet handelen totdat je een goed overzicht hebt van alle nadelige gevolgen noemt men het voorzorgsbeginsel. Dit gebeurt elke dag.

Producten worden getest voordat ze op de markt worden gebracht om aan te tonen dat ze veilig zijn. Er is altijd een mogelijkheid dat ze dat niet zijn. Maar het is moeilijk om alle zorgen weg te nemen omtrent de risico’s van elke mogelijke actie. Of op degene die gebaseerd zijn op complexe reeksen van testen en waarnemingen die vereist worden door de wetenschap. En hier lopen we tegen enige verwarring aan omtrent de manier waarop wetenschap werkt.

Sommigen zeggen dat klimaatwijziging en evolutie geen feiten zijn maar slechts theorieën. “Slechts” heeft er niets mee te maken. In het wetenschappelijk jargon is “theorie” niet hetzelfde als “ik vind dat”. Het is een goed geteste regel die gebaseerd is op logica. Het legt herhaalde waarnemingen uit en het wordt gebruikt bij precieze voorspellingen. Dat maakt hen uitermate nuttig en moeilijk om te negeren.

Newtons theorie van de zwaartekracht is inderdaad een theorie. Het legt uit hoe objecten met een massa zich bewegen. De theorie is zo nuttig dat ze zo’n 300 jaar nadat ze voor het eerste werd gepubliceerd nog steeds gebruikt wordt om objecten te versturen van Aarde naar de uithoeken van het zonnestelsel.

Waarneembare of bewezen feiten maken maar een deeltje uit van de wetenschap. Wanneer we geconfronteerd worden met risico’s, dan is het vanzelfsprekend om te wachten totdat er 100% zekerheid is. Helaas is dat niet mogelijk.

Het beste wat men kan doen: op basis van de huidige theorieën, herhaaldelijke testen, logica en feiten concluderen dat iets redelijk gezien veilig is. En dit is net waar het voorzorgsbeginsel kan misbruikt worden. Wachten op meer informatie is nuttig … maar wachten op die onbereikbare 100% zekerheid houdt iedereen tegen om ook maar iets te doen.

Neem nu gsm’s en de angst dat hun straling kankers zouden veroorzaken. Als we ervoor kiezen om te wachten op het bewijs dat gsm’s 100% veilig zijn of niet dan zouden we geen gsm-technologie hebben. Kanker mag men allerminst licht opvatten. En de bezorgdheid omtrent kanker mag men nooit afdoen als onbelangrijk. Maar wachten op onweerlegbare gegevens, wat logisch gezien onmogelijk is, is een slechte manier om beslissingen te maken. Op deze manier kunnen we tal van nieuwe mogelijkheden mislopen of nieuwe risico’s tegenkomen.

Zich vragen stellen omtrent risico’s is zinnig en verstandig. Maar 100% zekerheid vragen houdt technologische evoluties tegen.

The American Dream, jaargang 1953 (LIFE International)

LifeHet eerste exemplaar van LIFE rolde in 1883 van de persen. In 1936 werd het een weekblad dat de nadruk legde op fotojournalistiek. 40 jaar lang domineerde het blad de markt, aldus het artikel op Wikipedia in een notendop.

Door een gelukkig toeval kon ik een deel van jaargang 1953 – een fascinerende, maar stinkende hoop papier – asiel aanbieden hier op de rekken van het Book Liberation Movement. En dan post ik wat graag een selectie van de foto’s. Geen bespreking, geen commentaar. Enkele foto’s en wat onderschriften. De teksten heb ik zo foutloos mogelijk overgetypt en hier en daar heb ik een extra link aangebracht.

Dit was de wereld, 60 jaar geleden, door een all American lens.

* * *

cancer fighting

[LIFE International, Jan. 12, 1953]

* * *

3d

AN EYEFUL AT THE MOVIES

These megalopic creatures are the first paying audience for the latest cinematic novelty, Natural Vision. Trying to go Cinerama (LIFE International, Nov. 17) one better, this process gets a three-dimensional effect of using two projectors with Polaroid filters and giving spectators Polaroid spectacles to wear. The movie at the premiere, Bwana Devil, did achieve some striking three-dimensional sequences. But members of the audience reported that the glasses were uncomfortable, the film itself – dealing with two scholarly looking lions who ate up quantities of humans in Africa – was dull, and it was generally agreed that the audience itself looked more startling than anything on the screen.

[LIFE International, Jan. 12, 1953]

* * *

monsanto

Deel van een advertentie voor Monsanto (inclusief de fout rechtsboven), een bedrijf dat later in de jaargang van 1953 heel wat ruimte krijgt toebedeeld: “The reign of chemistry. Monsanto company’s vast operations show how the country’s fastest growing big industry has become a dominant factor in the U.S. economy and changed every American’s daily life.”

[LIFE International, Jan. 12 & Jan. 26, 1953]

*  *  *

Cancer

WORLD-WIDE REPORT ON CANCER
NEW HOPE

Even babies have cancer. It is a little known fact that cancer is the chief killer of children between the ages of five and nine. Leukemia (cancer of the blood) claims many. As yet no cure for leukemia has been found, but doctors can now prolong life by new hormone treatment with ACTH and cortisone. Radio active phosphorus, nitrogen mustard and anti-folic acid derivatives no also prove useful against leukemia.

[LIFE International, March 12, 1953]

*  *  *

vac2

[LIFE International, March 12, 1953]

* * *

teheran

CONFUSION BRINGS CONFLICT, BLOOD TO IRAN

“Weepy old Premier Mossadegh, who for nearly two years has survived one controversy after another, had managed to talk the young shah into leaving the country. The ostensible reason was health; the real reason was that the shah stood in the way of Mossadegh’s complete power.”

[LIFE International, March 12, 1953]

*  *  *

einstein

GIFT ON A 74th BIRTHDAY

Albert Einstein dislikes 1) lending his famous name to enterprises an 2) being given birthday gifts and parties (“Birthdays,” he says, “are for children”). But last month, marking his 74th birthday, the great scientist made some exceptions. He agreed 1) to let Yeshiva University of New York honor him by calling itsprojected addition the Albert Einstein College of Medicine and 2) to attend a birthday luncheon celebration to raise funds for the new school.

[LIFE International, April 20, 1953]

David Abbott: Behind the scenes with the mediums

abbott-david-p (1)Niet alle mannen met baarden vinken “kaap’ren varen” aan als beroep; sommige onder hen zijn professionele misleiders, illusionisten zo u wil: Gili (Lieven Gheysen), James “The Amazing” Randi (stichter van de James Randi Educational Foundation, JREF), D.J. Grothe (huidige voorzitter van JREF), Penn Jillette (van Penn & Teller en Bulshit!).

Wat deze heren nog met elkaar gemeen hebben, is dat ze paranormaal andersbegaafden kritisch onderzoeken. En daarbij zetten ze een lange traditie verder. Een van de beroemdste en meest tot de verbeelding sprekende goochelaars die zich hebben beziggehouden met het onderzoeken (en, als gevolg daarvan, debunken) van mediums en spiritisten was uiteraard Harry Houdini. Maar hem zullen we in een andere digitale seance oproepen.

Hoewel baardloos liet ook de Amerikaan David Abbott (1836-1934) zich in met illusionisme en mediums. Als amateur-goochelaar ontwierp hij zelfs een paar trucs die hij dan demonstreerde en verkocht aan professionele goochelaars. Eveneens in zijn vrije tijd schreef hij het nog steeds zeer leesbare Behind the scenes with mediums (1907) en ontleedde hij de truc met de geestenportretten (spirit portrait paintings) van de beruchte Bangs Sisters, die in de jaren van de sepiakleurige fotografie rijk werden met hun spectaculaire seances.

Abbott zelf ging graag incognito op bezoek bij tal van zelfverklaarde paranormaal begaafde mediums om dan hun opvoeringen te bestuderen en te analyseren en soms te manipuleren. In het boek passeren allerhande trucs de revue: van (technisch) eenvoudige lezingen (cold readings), tot trucs met geschreven berichten, (dubbele) enveloppen en tal van chemicaliën tot spectaculaire seances met zwevende tafels, vliegende geesten en verborgen valluiken. Foefje na foefje doet hij uit de doeken. Soms haalt hij een alternatief tevoorschijn, soms brengt Abbott niet zonder trots en plezier een verbetering aan.

Maar de waarde van het boek ligt mijn inziens niet in de uitleg van de op zich achterhaalde trucs, hoewel de principes uiteraard interessant en waarschijnlijk tijdloos zijn. Maar het waren vooral de alinea’s tussen de technische exposities die mij boeiden: Abbotts wereld van de Amerikaanse mediums, hun handlangers en hun slachtoffers van rond de eeuwwisseling. Boeiend beschreven, met de nodige humor en ironie, maar nooit denigrerend ten opzichte van de goedgelovige klanten, gegoede burgers met kleine besognes en grote portemonnees, of al te vijandig tegenover de mediums, wiens drijfveer uiteraard geld is, veel geld, steeds meer geld. Trouwens, dat motief kon Abbott, zelf een professionele woekeraar, waarschijnlijk best pruimen.

Wat Abbott ook mooi beschrijft is een dubbele dynamiek die door de hele scene ging: enerzijds worden door de jaren heen de sessies uitgebreider, de seances spectaculairder en duiken bepaalde modeverschijnselen op, bijvoorbeeld het idee van het medium of de geest met Indiaanse roots. Anderzijds groeiden door de mond-aan-mondreclame verhalen over mediums zo spectaculair dat de hoofdrolspelers zélf de feiten niet meer herkenden. Het valt trouwens op dat geen enkel medium in het boek gelooft in de eigen paranormale krachten. De meesten lijken in de eerste plaats te geloven in de krachten van hun leveranciers van nieuwe trucs. En, uiteraard, in de goedgelovigheid van hun klanten.

Maar uiteindelijk, aldus Abbott, valt of staat het medium bij wat hij de aangeboren gift van “het lezen” noemt, de reading. Wat hij beschrijft zijn uiteraard aspecten van de complexe techniek van de zogenaamde cold reading: de kunst om op een zeer elegante manier zaken te openbaren die in het leven van de klant lijken te passen. En dit door middel van lepe gokken en het aanpassen van de openbaringen aan de verklaringen van de klant.

Het citaat:

He also said that it is not the common people who are the best patrons of mediums, but doctors, lawyers, merchants, teachers, and the more intelligent class of persons. He said that scientific persons make the best of subjects, because they are in earnest and give the best attention; which fact is of the greatest importance for the success of any trick.

David Abbott: Behind the scenes with the mediums. The Open Court Publishing Company, 1907 [Online edities]

Henri van Praag: Leerboek der psychologie

van praag“Psychologisch zijn horloges (bromtollen, muziekdozen) symbolen voor moeders, die kinderen dragen”, lees ik in Henri van Praags Leerboek der psychologie. Daar kijk ik van op. Zelfs na het lezen van Filip Buekens’ Jacques Lacan: proefvlucht in het luchtledige en Maarten Boudry’s De naakte Keizers van de Psychoanalyse: De Immunisatiestrategieën van een Pseudowetenschap, waarin o.a. dit soort gehannes ruimschoots aan bod komt én gefileerd wordt. Beide publicaties en wat nieuwsgierigheid waren trouwens de aanleiding om dat Leerboek der psychologie aan te schaffen. Gewoon, om eens te kijken wat de über-educatieve uitgeverij Wolters-Noordhoff in de vroege jaren 70* zoal uitgaf aan handboeken psychologie. En voor 1 euro, de standaardprijs voor een boek bij Opnieuw&Co, kan men niet sukkelen.

De pagina’s met de Romeinse getallen, de Verantwoording, zijn gelardeerd met erudiete filosofische referenties, met verwijzingen naar de natuurwetenschappen, religie en de schijnbaar toch obligate Freud en Jung. Met plezier verwijst Van Praag eveneens naar de duizenden jaren oude wijsheid en psychologische inzichten van de Indiërs en Chinezen.

En ook in de Inleiding zijn er een paar zaken die ik in een leerboek psychologie een beetje misplaatst vind, niveau tang +varken. Van Praags uitweidingen over het Woord Gods zijn ronduit ongepast. De indeling van de werkelijkheid in “niveaus”, met als hoogste het absolute, wat door de wetenschap genaamd theologie bestudeerd moet worden, hebben me even achteruit doen leunen op mijn stoel. Uiteraard ben ik geen expert, maar het gebruik van “ziel” en “zielsbegrip” in een handboek psychologie lijkt mij op zijn zachtst gezegd ook eigenaardig.

In de psychologie is het minder gebruikelijk van ziel i.p.v. psyche te spreken, al bestaat er geen bezwaar om psychisch leven te vervangen door zieleleven. […] Toch is het goed te beseffen, dat de psyche der psychologen en de ziel der theologen in wezen gelijk zijn.

Dan maar naar het register. Via trefwoord “Avesta” kom ik op pagina 126 terecht in een discussie over Griekse Muzen, (religieuze) openbaringen en inspiratie, inclusief Bijbelverzen. “Extrasensory perception” brengt me dan weer naar het hoofdstuk “Ken-processen”, en meer bepaald bij helderziendheid, telepathie en voorspellende dromen, wat, aldus de auteur “zeer veel psychologen erkennen” (p. 93). Een bladzijde verder lees ik:

De helderziendheid, telepathie enz. worden niet behandeld in de gebruikelijke leerboeken der psychologie, maar in de leerboeken der parapsychologie. Het ligt echter geheel in de lijn der verwachtingen, dat ook deze niet-zintuigelijke [sic] processen in een nabije toekomst binnen de psychologie zullen besproken worden.

En ja, dit handboek werd effectief gebruikt in kweekscholen, sociale academies en universitaire faculteiten (getuige de inleiding én de studentikoze aantekeningen in mijn exemplaar) en Wolters-Noordhoff was ook toen al een uitgever van academisch materiaal.

Volgens Henri van Praag zijn helderziendheid en prognostisch zien, evenals helderhorendheid en prognostisch horen “echter buiten redelijke twijfel vastgesteld” (p. 101). En in de Nabeschouwing, op pagina’s 346 en 347, verliest-ie helemaal de pedalen:

Voor zover in het gedrag van de mens reeds het nieuwe mens-zijn zichtbaar wordt, krijgt het gedrag een paranormaal aspect. Het paranormale loopt dus vooruit op de evolutie. […] Paranormaal psychisch leven wijst dus op evolutionaire integratie.

Tussen het lezen over onbekende fenomenen, waarbij we trouwens volledig zijn overgeleverd aan de rapporteur, en het concluderen dat die fenomenen, anekdotes eigenlijk, van paranormale ofte parapsychologische aard zijn, gaapt een enorm gat. En de auteur slaagt er niet in dat op een overtuigende manier te dichten. In de 364 bladzijden die het leerboek vervelend is, wordt er geen schijntje van een bewijs gegeven.

Ook in zijn andere, meer gespecialiseerde werken lees ik veel beweringen, tal van anekdotes en handenvol schimmige verhaaltjes. Maar niets wat ook maar in de buurt komt van een bewijs: Inleiding tot de Parapsychologie (De stand van het parapsychologisch onderzoek)Telepathie en Telekinese (Parapsychologie en parafysica), Paranormale manifestaties (Apporten, duplicaten, magische afstandswerking, cultusobjecten, vliegende schotels) en Reïncarnatie in het licht van wetenschap en geloof. Lectuur, tussen haakjes, waar men niet echt vrolijker van wordt.

Voor het boeiende leven van de lichtjes geniale auteur Naphthali ben Levi (Henri) van Praag, verwijs ik naar het artikel op Wikipedia (een beetje aan de hagiografische kant, maar de man was dan ook een halve heilige). Kort: zoon van een joods diamantslijper, ondergedoken in Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Medeoprichter van de Anna Frank Stichting, steeds ijverend voor een wereld van vrede en harmonie. Interessant is ook dat hij vanaf 1966 wetenschappelijk hoofdmedewerker van Teleac, tot 1977. In 1978 volgde hij professor Wilhelm Tenhaeff op als bijzonder hoogleraar parapsychologie aan de Universiteit van Utrecht, een positie die hij bekleedde tot 1986 (en het onderwerp voor een later blogartikel).

Het citaat:

De filosofie heeft zich overal ontwikkeld (geëmancipeerd) uit de religie, zoals later de wetenschap zich weer ontwikkelde (emancipeerde) uit de filosofie. Mens stelt dit evolutie-proces wel voor door een symbool, de boom der kennis, waarvan de wortel de religie, de stam de filosofie en de takken de wetenschappen voorstellen. In plaats van religie, filosofie en wetenschappen, spreekt men ook wel van heilige waarheid, wijze waarheid en juiste waarheid.

Henri van Praag, Leerboek der psychologie. Wolters-Noordhoff, [ca. 1970?]

Naar ik vermoed. Mijn exemplaar is een ongedateerde tweede druk (waaraan gesleuteld is, aldus het voorwoord). Hoe dan ook, de eerste druk van het Leerboek der psychologie dateert van 1964.